Persoonlijke toekomstplanning

Persoonlijke Toekomstplanning (PTP) is een proces waarin iemand die een handicap heeft samen met mensen uit zijn sociaal netwerk -familie, vrienden, buren…- uitstippelt hoe hij wil leven. De centrale persoon kan op elk moment terugvallen op deze kring van mensen die hem ondersteunen om de plannen ook te realiseren.

Binnenkort gaat binnen het Vlaams Gebruikersoverleg voor Personen met een Handicap (VGPH) een pilootproject van start waarbij op korte termijn heel wat mensen met een PTP-proces kunnen beginnen. Meer informatie hierover vind je in ons volgend tijdschrift, maar hier geven we alvast de achtergronden van de methodiek mee. Wie op basis hiervan de smaak te pakken heeft kan contact opnemen met P.L.A.N. vzw, Nijverheidsstraat 60, 9040 Gent, tel.: 0495/24.20.88 of 0472/66.35.73, info@planvzw.be, www.planvzw.be. Wie van het Vlaams Fonds een urgentiecode 1 toegekend kreeg, heeft voorrang om met PTP te starten.
In het najaar vindt een vormingssessie rond Persoonlijke Toekomstplanning plaats. Meer info hierover vindt je na dit artikel onder de titel Vorming.

P.L.A.N. vzw ondersteunt al jarenlang op kleine schaal mensen met een beperking en hun sociaal netwerk bij het uitwerken en toepassen van persoonlijke toekomst-planning. Uitgangspunt hierbij is het gegeven dat iedereen recht heeft op een leven in de maatschappij én op de nodige ondersteuning om dit leven vorm en inhoud te geven. Concreet betekent dit dat mensen met een beperking controle over hun eigen leven moeten hebben. Wie kiest voor een leven in de maatschappij moet daarvoor de gepaste ondersteuning krijgen. Daarbij gaat men uit van de inclusiegedachte: iedereen levert een zinvolle bijdrage aan de samenleving, dus ook mensen met (zware) beperkingen. Van zodra mensen ondersteuning nodig hebben, blijkt echter dat de kwaliteit van bepaalde levensgebieden bedreigt wordt: relaties, keuzevrijheid, respect… Onder meer daarom is een persoonlijk netwerk zeer belangrijk; een groep van familieleden, vrienden… die bij de centrale persoon betrokken zijn. Deze groep wordt mee betrokken bij belangrijke beslissingen en kan de bedreigde gebieden mee helpen bewaken.

Om dit zogenaamde burgerschapsmodel te realiseren zijn veranderingen nodig op verschillende niveaus van de samenleving.

Op het niveau van overheid en samenleving: een maatschappij moet iedereen een plaats gunnen. Echt burgerschap betekent dat iedereen ten volle kan deelnemen aan het maatschappelijk leven en zijn rechten en plichten kan opnemen. Doordat mensen met een beperking vaak aan de rand van de samenleving gehouden worden, is op dit vlak nog veel werk aan de winkel.

Ook op het niveau van zorg en ondersteuning moet nog heel wat veranderen, maar de eerste stappen zijn hier al gezet. Beroepskrachten leren met een andere bril kijken naar hun cliënten, die langzaamaan inspraak krijgen in het soort ondersteuning dat ze nodig hebben en in de manier waarop die ondersteuning geboden wordt.
P.L.A.N. wil deze evolutie een duwtje in de rug geven en biedt opleidingen, studiedagen en begeleiding-op-maat aan om alle betrokkenen op de hoogte te brengen van deze nieuwe kijk op zorg en de gevolgen ervan in de praktijk.

Op het meest concrete niveau duikt de persoonlijke toekomstplanning op. Wanneer je door de bril van het burgerschapsmodel naar de maatschappij kijkt, merk je de uitsluiting van en de sociale onrechtvaardigheid op waarmee mensen met een beperking te maken krijgen. Ook zij moeten de kans krijgen om hun leven uit te bouwen en daarbij keuzes te maken. Dit kan alleen ze de controle over hun leven (terug)krijgen en ondersteund worden waar nodig. Dit is niet vanzelfsprekend. Beroepskrachten moeten een stuk van hun macht opnieuw uit handen geven aan hun cliënt en zijn sociaal netwerk. Maar ook dat netwerk moet macht uit handen geven, en wel aan de persoon met een handicap. Een dergelijk proces wordt dus best goed voorbereid, gepland en onderbouwd, bijvoorbeeld in een proces van persoonlijke toekomstplanning.

Afhankelijk van de levensfase waarin de persoon met een beperking zit, kunnen bij een PTP verschillende strategieën gebruikt worden. De volgende vier stappen komen echter in elk proces voor:

  • een persoonlijk profiel opstellen. Bedoeling is de centrale persoon goed te leren kennen en een beeld te schetsen van hoe zijn leven er op dat moment uitziet. Ook worden de waarden, opvattingen en gevoelens besproken die bij het opstellen van het plan van belang zullen zijn.
  • persoonlijke toekomstvisie: de toekomstdromen, wensen en verwachtingen van de centrale persoon worden in kaart gebracht.
  • persoonlijke toekomstplannen: er worden ideeën verzameld en gezocht naar manieren om die dromen en wensen te realiseren.
  • opvolging: het proces stopt niet bij de uitvoering ervan. De kracht van een persoonlijk toekomstplan ligt in de langdurigheid ervan. Ook op momenten dat alles goed gaat komt de steungroep nog geregeld samen. Enkel op die manier heeft de centrale persoon een instrument in handen dat hem toelaat de controle over zijn leven te houden. Een PTP-proces wordt pas afgerond wanneer de steungroep dit gezamenlijk beslist.

Een persoonlijke toekomstplanning heeft als doel om veranderingen teweeg te brengen. Het proces moet dan ook aan verschillende criteria voldoen om van duurzame veranderingen te kunnen spreken:

  • de centrale persoon met een sterk verlangen hebben om zaken te veranderen
  • de steungroep rond de centrale persoon moet stevig zijn
  • een belangenbehartiger is essentieel: iemand die de centrale persoon echt graag ziet en een goed leven voor hem/haar wil realiseren
  • een bruggenbouwer legt linken met de gemeenschap waarin de centrale persoon woont en ondersteunt de groep met tips, door het aanbrengen van vrijwilligers…
  • PTP moet een langdurig en productief proces zijn
  • een bekwaam persoon moet het proces begeleiden
  • de betrokkenen moeten een positieve kijk hebben op de mogelijkheden van de persoon met een beperking
  • PTP is een zoektocht naar een leven dat zich maximaal in de samenleving afspeelt
  • de kans op een duurzame verandering verhoogt wanneer zorgverlenende organisaties bij het proces betrokken zijn. Op die manier is het gemakkelijker om een individueel plan in de praktijk om te zetten. Tegelijk wordt de organisatie besmet door het nieuwe gedachtengoed.
  • invloeden op andere niveaus: het individueel proces kan een invloed hebben op de twee niveaus die hierboven beschreven werden. Door mensen te betrekken in een steungroep krijgen zij een andere kijk op mensen met een beperking. Door bruggenbouwers in te schakelen kunnen veranderingen in gemeenten en steden bevorderd worden. Door opmerkingen en besluiten over dit hele proces over te maken aan de overheid kan tenslotte ook het beleid beïnvloed worden.